Sastro Prawiro (Otto Knaap) and his Preludes javanais: a love story (1909)

Otto Knaap

In his search for forgotten classical music from the Netherlands-Indies, pianist and anthropologist Henk Mak van Dijk discovered the Préludes javanais on Internet, four songs written in Malay language, published by Sastro Prawiro (pseudonym of the Eurasian music critic and journalist Otto Knaap, 1866-1917) in the Bulletin français de la Société Internationale de Musique in 1909.These preludes may very well be the first songs in the Malay language published in France.
Although these works employ simple melodies and harmonies, they are based on a form of Malay poetry termed pantun and reveal a fascinating history of music. The simple notation can be explained as part of the Europeanization of the Dutch East Indies. This type of music was adjusted to European taste, omitting wild ornaments, slides, complicated rhythms and complex notations, and was easy to play for the average amateur musician.
One could easily get the impression Knaap composed these songs, but probably he only collected them for Préludes javanais to use the music as illustration for the love story he wrote between a Javanese gamelan player and a Javanese dancer. In this story, based on facts from his own life ans maybe inspired by the modern French poet Rhené Ghil, the beauty of Javanese music is emphasized, which is remarkable in that in the nineteenth century keroncong and Stamboel songs were not well-reputed and prejudice against gamelan music was wide-spread in the Dutch East Indies.
At the beginning of the twentieth century keroncong quickly gained in popularity in the Netherlands, primarly as entertainment music played by Dutch East Indian student bands. Knaap’s wife Koosje Martherus recorded kroncong songs as early in 1904 and was the first singer in Europe to do so. Renowned Dutch singers such as Tilly Koenen and Madame Sorga liked these Malay songs and began performing them on the concert platform. In fact, in transit the Malay song developed from not very respectable street music in the East to attractive exotic music for audiences in Western concert halls.

The Dutch singer Madame Sorga sang the Preludes javanais in Paris in 1912. Her friend Margaretha Zelle, the famous dancer Mata Hari performed as well. same program


The Dutch singer Madame Sorga (Johanna Maclaine Pont) sang the Preludes javanais at the Universite des Annales in Paris in December 1912. Her Dutch friend Margaretha Zelle, the famous dancer Mata Hari, performed as well in the same program.Tilly Koenen was a famous Dutch singer. She was born in Salatiga and especially liked to sing Malay songs. Already in 1906 she performed Malay songs written down by Indisch composer Constant van de Wall in Berlin. These songs she als performed in all major cities in Europe. Tilly Koenen was a famous Dutch singer. She was born in Salatiga. Familiar with the language she liked to sing Malay songs. Already in 1906 she performed Malay songs written down by Indisch composer Constant van de Wall in Berlin. These ‘Maleische liederen’ she also performed later in all major cities in Europe. 

Read the whole article (in Dutch) in: Tijdschrift voor Nederlandse Muziekgeschiedenis, 2013

Een curieuze ontdekking:
de Préludes javanais van Sastro Prawiro [Otto Knaap].
door Henk Mak van Dijk

Henri Borel over Otto Knaap (1866-1917)
Indien ik een van de sympathiekste figuren moest opnoemen, die Indië op het ogenblik bezit, dan zou het geen van de stommiteiten en personages wezen, waar iedereen daar den mond vol van heeft, maar wél Otto Knaap, den door bijna allen gehaten, geminachten, belasterden en vervolgden, maar tegelijk door allen als de dood gevreesden muziek- recensent uit Batavia, die, toen middelmatigheid en het parvenuschap waarachtig in de kunst óók al hoogtij wilden gaan vieren, klein maar dapper als hij was naar voren sprong en, ‘ten bate van de wereldorde’, zeide: ‘holà, hier, edele hidalgo, is uwe plaats; lieve dame, zoudt U dáár willen zitten’?

In zijn in Parijs geschreven korte liefdesverhaal Préludes javanais uit 1909 breekt de Indo-Europeaan Otto Knaap onder het Javaanse pseudoniem Sastro Prawiro een lans voor de schoonheid van muziek uit Indië. Zijn passie hiervoor kwam voort uit zijn eigen muzikale aanleg, veelvuldig concertbezoek, belezenheid, kennis van zaken, en een brede oriëntatie op de Indische cultuur. Vanzelfsprekend was een dergelijke waardering niet. Begin twintigste eeuw stond Indië immers bol van de vooroordelen over bijvoorbeeld krontjong en gamelanmuziek. Krontjong was minderwaardige, hybride achterbuurtmuziek van Indo’s of inlanders, aangeduid als leeglopers, brutaal tuig en gespuis; over gamelanmuziek werd onverschillig gedaan of erger als vervelende ketelmuziek ervaren. In Parijs waar de journalist vanaf 1907 woonde, lagen de opvattingen vanwege het kunstzinnig klimaat anders: het Verre Oosten en ‘Java’ met zijn exotische, sensuele danseressen waren in de mode. Javaanse bayaderes – te bewonderen op de Wereldtentoonstellingen en later in de exquise Parijse salons – fascineerden talloze kunstenaars. Gevoed door zijn Indische roots, wars van vooroordeel en geïnspireerd door Franse kunstenaars schreef Knaap zijn liefdesverhaal over de Javaanse Sastro en Sarinten en plaatste daarmee Indische muziek in het juiste perspectief.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s