Recensie CD Herinneringen uit Java, Aad van der Ven in Den Haag Centraal

Den Haag Centraal 12 Cultuur                                                          Vrijdag 31 juli 2009

Lokroep van de gamelan klinkt door in pianostukken; Indische muziek als balsem voor de ziel.

Er bestond al een lijvig boek van zijn hand over de Indische muziek, hij zorgde voor een cd met liederen en hij was betrokken bij de herontdekking van de opera ‘Attima’ van Constant van de Wall. Nu heeft Henk Mak van Dijk een cd  geproduceerd met pianostukken van componisten uit Nederlands-Indië. Er valt weer veel te ontdekken.

Door Aad van der Ven 

“Er waren – of, de problemen die de beschaving heeft gebracht ten spijt, er zijn – enkele wonderbaarlijke volkeren, die net zo gemakkelijk muziek leren maken als ze leren ademen. Hun school is het eeuwige ritme van de zee, de wind die door de bladeren speelt, zonder dat ze ooit een van die twijfelachtige muziekhandboeken geraadpleegd hebben”. Dat schreef de Franse componist Claude Debussy naar aanleiding van zijn bezoek aan de Wereldtentoonstelling in Parijs in 1889, waar hij voor het eerst de zwevende klanken van de gamelan opving. Die kennismaking zou een blijvende invloed hebben op zijn werk. Ook doordat voor hem, na een overdosis Wagner, de ijle, transparante oosterse toonkunst een balsem voor de ziel was. Zoals voor veel anderen. Debussy, over wie tijdgenoten schreven dat hij uren doorbracht op die Wereldtentoonstelling van 1889 om naar de exotische muziek te luisteren en naar de danseressen te kijken, dompelde zich onder in een klankwereld, die – dat fascineerde hem waarschijnlijk het meest – volkomen los stond van het Europese ontwikkelingsprincipe. In zijn standaardwerk over de pianowerken van Debussy schreef Robert Schmitz, dat de componist in het stuk ‘Pagodes’ (1902) de piano beschouwde zoals de Balinese musici het gamelanorkest zagen. Daarbij ging het, aldus de auteur, niet alleen om de noten zelf maar evenzeer om het effect van hun gezamenlijke resonantie. Een interessante observatie. Ook al valt er wel iets af te dingen op het ‘Balinese’ van ‘Pagodes’ (we kunnen er even goed iets Chinees in horen), het stuk is een prachtig voorbeeld van de ‘techniek van de illusie’ (aldus de Debussy-biograaf Edward Lockspeiser), die deze componist als geen ander beheerste. Niet alleen hij was trouwens gefascineerd door de klank van de gamelan. Het oriëntalisme, ook in de andere kunsten, raakte al spoedig in de mode.

Werkelijkheid Er was een categorie in het Westen opgeleide componisten waarvoor de oosterse muziek geen mode maar een nabije werkelijkheid was. Dat zijn degenen die op de nieuwe cd met de titel ‘Herinneringen uit Java’ van de pianist Henk Mak van Dijk staan. Het was bovenal de piano die in de ogen van talrijke Nederlands-Indische componisten geschikt werd bevonden de klank van de slaginstrumenten van Java en Bali op te roepen. De één verdiepte zich grondig in de materie en streefde authenticiteit na (voor zover mogelijk), de ander nam het niet zo nauw en volgde zijn eigen koers. Rond 1928 ontstond een polemiek tussen de Nederlandse componist en publicist Sem Dresden, de latere conservatoriumdirecteur in Den Haag, en zijn Nederlands-Indische collega Constant van de Wall (1871-1945). Dresden vond dat Van de Wall niet in staat was de essentie van de oosterse muziek weer te geven doordat hij vasthield aan traditionele, romantische harmonieën. Debussy kon dat wèl, meende Dresden. Nog los van de door niemand betwiste superioriteit van Debussy, helemaal ongelijk had Dresden niet. Eveneens in 1928 ontstond Van de Wall’s ‘Rapsodie javanaise II’ waarin Oost en West op elkaar botsen, onder begeleiding van zware, Brahms-achtige akkoorden. Tachtig jaar later zal niemand er zich meer druk om maken. Een sterk werk is deze ‘Rapsodie javanaise’ niet, maar de robuuste, eerlijke expressiviteit heeft wel iets sympathieks.

Gamelan         Talrijke musici, die eenmaal met de gamelan in aanraking waren gekomen konden zich er moeilijk van losmaken, dat is wel duidelijk. Zo schreef Constant van de Wall een aantal van zijn beste ‘Indische’ composities toen hij in Nederland en in Zuid-Frankrijk woonde, zoals de door Henk Mak van Dijk gespeelde ‘Herinneringen uit Java’ en ‘Le Boro-Boudor’. Van der Wall, kort geleden in de aandacht gekomen door opvoeringen van zijn aantrekkelijke opera ‘Attima’, was zeker geen vrijblijvende oriëntalist. Geboren in Indië, groeide hij op in nauw contact met de cultuur daar. De cyclus ‘Herinneringen uit Java’ bevat tal van pretentieloze sfeerstukjes vol idyllische schoonheid (‘Rijststampen’, ‘Bij het sarongweven’ etc.), terwijl ‘Le Boro-Boudor’ iets van de grootsheid van het beroemde tempelcomplex oproept.

Net als Van de Wall heeft Paul Seelig (1876-1945) een omvangrijk Indisch oeuvre op zijn naam staan. Zijn muzikale opleiding in Leipzig, bij uitstek het centrum van de traditionele Duitse muziek, gaf hem een stevig fundament, waardoor sommige van zijn stukken waarvan de titel aan Indië refereert toch sterk Europees klinken. Maar Henk Mak van Dijk speelt ook een aantal aantrekkelijke Javaanse dansen, gebaseerd op (zeer vrije) gamelantranscripties. Die muziek maakt ons nieuwsgierig naar zijn ‘Indische’ pianoconcert, het enige dat in die tijd is geschreven.

Ook Linda Bandara (1881-1960) was er veel aan gelegen de muzikale kunst van haar land over te brengen naar het westerse symfonieorkest, dat zij met enkele Javaanse slaginstrumenten verrijkte. We kennen van haar het verlokkende, weemoedige lied ‘An Java’ en van het door Henk Mak van Dijk gespeelde pianowerk ‘Ketjoeboeng’, één van de mooiste sfeerstukken in dit genre. Met zijn herhaalde klankpatronen en klok-achtige resonantie doet het sterk denken aan ‘La vallée des cloches’ van Ravel. Ook enkele pianostukken van Dirk Fock (1886-1973) hebben een Frans-impressionistische kleur, maar dit intrigerende werk van Linda Bandara steekt toch duidelijk boven de rest uit. Er valt bij haar vast veel meer moois te ontdekken. Duidelijk is dat de waarde van deze nieuwe cd moeilijk valt te overschatten. Er is veel subtiele schoonheid te bewonderen. Dat komt ook doordat Henk Mak van Dijk al deze werken speelt met een beheerst raffinement, waarbij zowel de ragfijne borduurkunst van Bandara’s ‘Ketjoeboeng’ tot haar recht komt als de stevige dramatiek van Van de Wall’s ‘Rapsodie javanaise’.

‘Herinneringen uit Java’: Henk Mak van Dijk speelt pianomuziek van Constant van de Wall, Hector Marinus, Linda Bandara, Paul Seelig, Berta Tideman-Wijers en Dirk Fock –DRC (Dutch Record Company).

Recensie Aad van der Ven, in Den Haag Centraal

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s