Een serenade op YouTube: La serenade interrompue van Claude Debussy

See for the whole article: EPTA Piano Bulletin 2012: Debussy

Een serenade op YouTube
Henk Mak van Dijk
Introduction
In 2005 brak een nieuw tijdperk voor pianisten aan. Toen kwam YouTube, een website waarop korte films konden worden geplaatst. Ook de piano verscheen in beeld. Niet eerder konden we zo snel en gemakkelijk kennis nemen van allerlei uitvoeringen van allerhande kwaliteit uit verleden en heden. En niet eerder waren we ons zo bewust van wat er nodig is om zelf stukken goed op te nemen en naar tevredenheid op het web te zetten.
Momenteel nodigt het volwassen geworden YouTube met zijn talloze piano opnamen bijna onvermijdelijk uit tot studie. Door een aantal pianisten te beluisteren krijgen we al snel een idee van hoe een stuk kan klinken. We kunnen ons scherpen aan slechte opnamen en ons laven aan het vele uitstekende werk te vinden op het web. Persoonlijke voorkeur voor een bepaald spel dringt zich eveneens al gauw op: zo hoor ik het graag, of zo echt niet. YouTube is daarom eenvoudig als je eigen coach inzetbaar.
Zo gebruikte ik deze website afgelopen zomer voor het bestuderen van een aantal preludes van Debussy die ik zou gaan spelen op een piano festival op Java. Het beluisteren van diverse uitvoeringen bracht me eveneens op het idee mijn bevindingen te delen en een artikel voor met name spelers en liefhebbers van de preludes te schrijven. Mijn uitgangspunt was eenvoudig: wat kom ik zoal tegen, wat valt op, welke bekende en onbekende pianisten dienen zich aan? Hoe worden melodie, ritme, harmonie, articulatie, frasering en tempo vormgegeven? En valt er iets te zeggen over vingerzetting (bij in beeld gebrachte uitvoeringen), pedaalgebruik, expressie, esprit en ondefinieerbare nuances?
De pianisten selecteerde ik al naar gelang de beschikbaarheid. Het ging me niet om de beste uitvoeringen, als die al bestaan. Nee, het ging me om bewustwording van een bepaalde interpretatie en welke lering ik daar uit kon trekken. Daarbij realiseer ik me al te goed dat het om mijn eigen, persoonlijke beleving gaat. Woorden als fraai, mooi en prachtig hanteer ik veelvuldig! Toch laat zich achter zich al het persoonlijk commentaar een bepaalde objectiviteit zien, die verwoord is aan het eind van de besproken prelude. De speelsuggesties geven stof tot nadenken, en leiden hopelijk tot het uitproberen van een en ander.
In verband met de beschikbare ruimte in het Piano Bulletin heb ik gekozen voor slechts één Prelude: La sérénade interrompue in uitvoeringen van Walter Gieseking, Alfred Cortot, Edward Kilenyi, Arturo Benedetti Michelangeli (beeld), Samson François, Krystian Zimerman en Enzo Oliva (beeld). Om de tekst goed te volgen dient u wel de bladmuziek erbij nemen en het stuk voorzien van maatcijfers, in het geval deze niet voorgedrukt zijn. Zelf koos ik voor de uitgave van Durand uit 2007 van de gezaghebbende Roy Howatt (Préludes 1er et 2e livres).

La sérénade interrompue zou verwijzen naar een onfortuinlijke gitaarspeler die een smekende serenade aan zijn geliefde brengt. Hij wordt in zijn spel een aantal keer heftig onderbroken, de arme jongen. Met dit verhaaltje is de toon gezet voor een komische, eventueel ironische interpretatie. Maar deze uitleg heeft me nooit bevredigd, omdat ik in de muziek meer diepte en emotie hoorde. De sleutel voor het spelen van deze serenade gaf mij Howatt in zijn Debussy uitgave. Hij suggereert een déploration, een bewenen van en een hommage aan Isaac Albéniz na diens overlijden in 1909. Bij het lezen hiervan viel deze serenade voor mij op zijn plek. Het desolate gitaarspel, de heftige interrupties (van de Dood?), het smartelijke van de melodie, het uitdoven van het stuk: alles past bij deze suggestie. De door Debussy gebruikte citaten uit het door hem zo bewonderde piano stuk El Albaicín (mm.49 en 50) van Albéniz versterken deze opvatting alleen maar.

Speelsuggesties voor La sérénade interrompue:
Denk voordat je begint na over het verhaal achter de noten. Dat bepaalt het al dan niet brengen van humor of drama in het stuk. Ook snelheid (Modérément animé betekent niet alleen animé!), extremen in dynamiek en het gebruik van het pedaal zijn punten van aandacht. Speel het begin zoals een gitarist zou doen. Maak een mooie spanning tussen de f en de ges.Versnel niet in mm.1-2 en maak het crescendo. Hoe kan je het voorgeschreven pp brengen? Het wordt vaak niet gemaakt. Maak de rusten in m.3-4 niet te kort. Kies een veilige vingerzetting, die altijd lukt; in de repetitie gaat namelijk snel iets mis. Licht in m.9 het mf uit en speel daarna een mooi diminuendo. Sommigen nemen adem op het eind van m.12. Maat 18 is nog wat zachter dan m.17.
Denk in het a Tempo na over het ritme. Roy Howatt legt een verband met de mm. 49-50 uit El Albaicín van Albéniz met accenten op de eerste twee achtsten en een sf op de derde tel. Bedenk daarom welke accenten in de serenade mogelijk zijn. Kijk naar het boogje op de eerste tel, het akkoord op de tweede, dat vaak fel wordt gespeeld en de derde tel die soms een mooie tenuto krijgt. Hetzelfde geldt voor de akkoorden daarna. In m.25 is er een keuze voor al dan niet pedaal. Beide versies komen voor. Als je durft: zoek vanaf m.31 expressie met een combinatie van gestoten, hard gespeelde noten versus zachte. Zoek eveneens een rubato dat zowel bij jezelf als bij het stuk past.
Maat 47 is een grote climax. Toch zijn er pianisten die hier inhouden. Neem nota van het mooie interval e en e-f in m.48. Het wordt vaak breed gespeeld. Vanaf m.54 is legato versus staccato een kunst. Licht de voorslagen in m.57 en m.59 mooi op. De accenten en het mf in m.62, gevolgd door een subtiel piano zijn de moeite waard. Kies naar gelang je opvatting over het stuk een meer melodische of meer ritmische benadering. Fraai is het benadrukken van de eerste noot van het melodisch motief. Sommigen barsten uit in het volgende mf . Benadruk in ieder geval de mooie basnoot des m.73 en m.75.
Het Librement mag werkelijk vrij en intens gespeeld worden. Maak werk van de voorslagen in mm.78-79. Cortot doet dat prachtig. De snelheid vanaf m.80 is discutabel; zowel snel als langzaam komen voor. Zelfs wordt deze passage met pedaal gespeeld. Een langzaam tempo werkt mijns inziens het beste. Het Rageur mag wild; zoek een aanvaardbare climax in mm.90-94 en besluit waar het hoogtepunt valt. Fascinerend werkt een mooi diminuendo vanaf m.95.
De melodienoot e kan vrij luid worden neergezet. Hoe geef je het crescendo in m.112 vorm? Maak meteen een mooie overgang naar het pp in het rubato op m.113. Dat moeten wel de mooiste maten worden, met veel weemoed erin. Vaak wordt het più pp niet gedaan. Probeer het eens. Uitlichten van de fes na f helpt. Blijf expressief op rechts. Kleur eventueel het midden register in de mm.122-123. In het a Tempo komen we twee keer dezelfde maten tegen. Speel ze net even anders in intensiteit. ‘Verdwijn’ steeds meer na m.129, met iets van diminuendo in m.131 of m.132. Denk na over m.133. Zimerman geeft een meesterlijke klap op het sfz, maar het kan minder. Het akkoord erna echoot mooi dof na. Neem rust voordat je het pp van m.136 speelt en blaas je laatste adem uit!

Tot slot
Voor de juiste mentale voeding bij het uitvoeren van bovenstaande prelude is kennis van de achtergronden van de compositie zoals door Debussy aangegeven zeer inspirerend. Het is immers ook de weg die de componist volgde. In het voorafgaande is de serenade als hommage bij het overlijden van Albéniz aan de orde gekomen. Kennis alleen is echter niet voldoende; het gaat er ook om je visie op het stuk op de piano te realiseren, zowel met een superieure techniek als met een veelvoud aan kleuren en dynamiek. De meeste door mij beluisterde pianisten hebben dat technisch vermogen en dat rijke palet aan magische klanken. Zonder die combinatie zou men al snel belanden in een gewone, concrete, geroutineerde of platte uitvoering.
De spelers geven allen een eigen interpretatie van de prelude. We horen de ritmische kracht van de explosieve Gieseking, het excentrieke en grillige spel van Cortot, de temperamentvolle Kilenyi, de flegmatische Michelangeli, de meesterlijke colorist Zimerman of het lyrische spel van Oliva. Gelukkig maar, het maakt de rijkdom uit van het pianospelen.
Voor een klein deel hebben die verschillen te maken met het feit dat pianisten, ook de meesters, in tegenstelling tot wat men zou verwachten, niet alles in de partituur waarnemen (of niet willen realiseren). Dan weer wordt een pp vergeten, een crescendo niet gerealiseerd, accenten over het hoofd gezien, aanwijzingen van de componist niet opgevolgd. Mijn tip is dan ook de partituur in een stoel nauwgezet door te nemen. Doen wat er staat, blijkt een heel lastige opgave!
Het instrument speelt eveneens een rol. De vleugels in de concertzalen zijn doorgaans zware, luide instrumenten die een groot publiek moeten bereiken. Debussy speelde in salons op gesloten vleugels voor een kleine groep mensen. Hoe zou bijvoorbeeld Enzo Oliva klinken met de klep dicht? Gek genoeg durft niemand dat experiment aan. Daarnaast kan het gaan om een speciaal merk. Een Érard of een Blüthner met het aliquot systeem zou verrassende resultaten kunnen opleveren. Over de bijzondere muzikale en akoestische eigenschappen van een Érard instrument waaronder de lichte aanslag, de bijzonder lange toon en de pregnante kwint als boventoon, schreef Christo Lelie al jaren geleden (Piano Bulletin,1993-2).
Het brengt me tevens op de al genoemde tegenstelling extravert-introvert of luid-intiem. Pianisten spelen graag met een rijk geschakeerd palet aan dynamiek en een geprojecteerde toon die overkomt bij het publiek. Dat is bijvoorbeeld duidelijk te horen bij de hier niet besproken uitvoering van Pollini van de preludes in het Concergebouw in 2004. Wat te doen als Debussy in een stuk als basis dynamiek pp en p voorschrijft zoals bij deze serenade.Willen en kunnen we dat wel realiseren in de concertzaal? De geweldig dynamische uitvoeringen van Cortot en Kilenyi wijken daar toch beslist vanaf. Ook bij Oliva is er in zijn serenade geen sprake van pp als basis. Zelfs ‘wilde’ stukken als Ce qu’a vu le vent d’ouest en Feux d’artifice beginnen pianissimo. De grote concertzalen, de volumineuze instrumenten, de pianist als klavierleeuw, de geprojecteerde toon, en de wens van het publiek om passie en extremen te beleven, lijken dan allen in strijd met de wens naar het intieme, het kwetsbare en poëtische in de preludes van Debussy. Toch blijft mijn motto: geniet van alle mogelijkheden die deze muziek je biedt waar dan ook: thuis, in de salon, in een concertzaal of op YouTube!

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s